Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 2,00 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 1,00 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Virologisch falen en resistentieontwikkeling EDURANT is niet onderzocht bij patiënten met eerder virologisch falen op enige andere antiretrovirale behandeling. De lijst van met rilpivirineresistentie geassocieerde mutaties, weergegeven in rubriek 5.1, is alleen bedoeld als leidraad bij het gebruik van EDURANT bij therapienaïeve patiënten. In de werkzaamheidsanalyse van de gepoolde resultaten uit de fase 3-studies TMC278-C209 (ECHO) en TMC278-C215 (THRIVE) bij volwassenen tot en met 96 weken hadden patiënten behandeld met rilpivirine met een baseline viral load > 100.000 hiv-1 RNA kopieën/ml, een hoger risico op virologisch falen (18,2% met rilpivirine versus 7,9% met efavirenz) dan patiënten met een baseline viral load ≤ 100.000 hiv-1 RNA kopieën/ml (5,7% met rilpivirine versus 3,6% met efavirenz). Het hogere risico op virologisch falen voor patiënten in de rilpivirine -arm werd waargenomen in de eerste 48 weken van deze studies (zie rubriek 5.1). Van de patiënten met een baseline viral load
100.000 hiv-1 RNA kopieën/ml bij wie virologisch falen optrad, vertoonde een hoger percentage resistentie tegen de klasse van niet-nucleoside reverse-transcriptaseremmers (NNRTI's) ontstaan na het begin van de behandeling. Van de patiënten met virologisch falen op rilpivirine ontwikkelden er meer lamivudine/emtricitabine-resistentie dan van degenen die faalden op efavirenz (zie rubriek 5.1). De bevindingen bij adolescenten en pediatrische patiënten in studie TMC278-C213 waren over het algemeen in lijn met deze gegevens. In studie TMC278HTX2002 werden geen gevallen van virologisch falen waargenomen (voor details zie rubriek 5.1). Alleen patiënten van wie wordt verwacht dat ze therapietrouw zijn aan de antiretrovirale medicatie dienen te worden behandeld met rilpivirine, aangezien suboptimale therapietrouw kan leiden tot ontwikkeling van resistentie en het verlies van toekomstige behandelopties. Net als bij andere antiretrovirale geneesmiddelen dient het gebruik van rilpivirine geleid te worden door resistentieonderzoek (zie rubriek 5.1). Cardiovasculair In supratherapeutische doseringen (75 en 300 mg eenmaal daags) is rilpivirine geassocieerd met verlenging van het QTc-interval op het elektrocardiogram (ECG) (zie de rubrieken 4.5, 4.8 en 5.2). EDURANT is in de aanbevolen dosering van 25 mg eenmaal daags niet geassocieerd met een klinisch relevant effect op de QTc. Bij gebruik van EDURANT is voorzichtigheid geboden als het gelijktijdig wordt toegediend met geneesmiddelen met een bekend risico op torsade de pointes. Immuunreactiveringssyndroom Bij hiv-geïnfecteerde patiënten met ernstige immuundeficiëntie kan bij de start van de ARCT een ontstekingsreactie op asymptomatische of residuele opportunistische pathogenen ontstaan. Dit kan ernstige klinische aandoeningen of een verergering van de symptomen veroorzaken. Zulke reacties werden meestal waargenomen binnen de eerste weken of maanden na het instellen van de ARCT. Relevante voorbeelden zijn cytomegalovirus-retinitis, gegeneraliseerde en/of focale mycobacteriële infecties en pneumonie door Pneumocystis jiroveci. Alle ontstekingssymptomen dienen te worden geëvalueerd en zo nodig dient een behandeling te worden ingesteld. Van auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves en auto-immuunhepatitis) is ook gerapporteerd dat ze in een setting van immuunreactivering kunnen optreden; de gerapporteerde tijd tot het begin van de ziekte is echter variabeler en deze bijwerkingen kunnen vele maanden na het starten van de behandeling optreden (zie rubriek 4.8). Zwangerschap EDURANT dient alleen tijdens de zwangerschap te worden gebruikt indien het mogelijke voordeel het mogelijke risico rechtvaardigt. Als rilpivirine 25 mg eenmaal daags werd ingenomen tijdens de zwangerschap, werden lagere blootstellingsniveaus aan rilpivirine waargenomen. In de fase 3-studies is lagere blootstelling aan rilpivirine, vergelijkbaar met niveaus die werden waargenomen tijdens de zwangerschap, geassocieerd met een verhoogd risico van virologisch falen. Derhalve dient de viral load nauwlettend te worden gevolgd (zie rubriek 4.6, 5.1 en 5.2). Als alternatief kan worden overwogen over te stappen naar een ander ART-schema. Belangrijke informatie over enkele bestanddelen van EDURANT EDURANT bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke problemen van galactose-intolerantie, totale lactasedeficiëntie of een glucose-galactose-malabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
HIV - Infectie met het humaan immunodeficientievirus-1 (HIV-1). - Bij antiretroviraletherapie-naïeve volwassen patienten met een viral load = 100 000 HIV-1 RNA kopieën/ml. - In combinatie met andere antiretrovirale geneesmiddelen.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Geneesmiddelen die de blootstelling aan rilpivirine beïnvloeden Rilpivirine wordt voornamelijk gemetaboliseerd door cytochroom P450 (CYP)3A. Geneesmiddelen die CYP3A induceren of remmen, kunnen dus de klaring van rilpivirine beïnvloeden (zie rubriek 5.2). Er is waargenomen dat gelijktijdige toediening van rilpivirine en geneesmiddelen die CYP3A induceren, leidde tot verlaging van de plasmaconcentraties van rilpivirine, hetgeen het therapeutisch effect van rilpivirine zou kunnen verlagen. Er is waargenomen dat gelijktijdige toediening van rilpivirine en geneesmiddelen die CYP3A remmen, leidde tot verhoging van de plasmaconcentraties van rilpivirine. Gelijktijdige toediening van rilpivirine en geneesmiddelen die de pH in de maag verhogen, kan leiden tot verlaagde plasmaconcentraties van rilpivirine, hetgeen mogelijk het therapeutisch effect van EDURANT kan verlagen. Geneesmiddelen die beïnvloed worden door het gebruik van rilpivirine Het is niet waarschijnlijk dat rilpivirine in de aanbevolen dosis een klinisch relevant effect zal hebben op de blootstelling aan geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd door CYP-enzymen. Rilpivirine remt P-glycoproteïne in vitro (IC50 is 9,2 μM). In een klinische studie beïnvloedde rilpivirine de farmacokinetiek van digoxine niet significant. Het kan echter niet helemaal worden uitgesloten dat rilpivirine de blootstelling aan andere geneesmiddelen die worden getransporteerd door P-glycoproteïne en die gevoeliger zijn voor intestinale P-gp remming, zoals dabigatran etexilaat, kan verhogen. Rilpivirine is een in vitro remmer van de transporter MATE-2K met een IC50 van < 2,7 nM. De klinische gevolgen van deze bevinding zijn momenteel onbekend. Tabel 1 toont bekende en theoretische interacties met geselecteerde antiretrovirale en niet-antiretrovirale geneesmiddelen. Interactietabel Onderzoeken naar interacties zijn alleen bij volwassenen uitgevoerd. Tabel 1 geeft de interacties tussen rilpivirine en gelijktijdig toegediende geneesmiddelen weer (een versterking wordt aangeduid met '↑', een verzwakking met '↓', geen wijziging met '↔', niet van toepassing met n.v.t., betrouwbaarheidsinterval met 'BI'). Tabel 1: INTERACTIES EN DOSERINGSAANBEVELINGEN MET ANDERE GENEESMIDDELEN Geneesmiddelen per therapeutisch gebied Interactie Gemiddelde verandering (geometrisch gemiddelde; %) Aanbevelingen over gelijktijdige toediening ANTI-INFECTIEMIDDELEN Antiretrovirale middelen HIV NRTI's/N[t]RTI's Didanosine# 400 mg eenmaal daags didanosine AUC ↑ 12% didanosine Cmin n.v.t. didanosine Cmax ↔ rilpivirine AUC ↔ rilpivirine Cmin ↔ rilpivirine Cmax ↔ Er is geen dosisaanpassing vereist. Didanosine dient te worden toegediend minstens twee uur voor of vier uur na rilpivirine. Tenofovirdisoproxil # 245 mg eenmaal daags tenofovir AUC ↑ 23% tenofovir Cmin ↑ 24% tenofovir Cmax ↑ 19% rilpivirine AUC ↔ rilpivirine Cmin ↔ rilpivirine Cmax ↔ Er is geen dosisaanpassing vereist. Andere NRTI's (abacavir, emtricitabine, lamivudine, stavudine en zidovudine) Niet onderzocht. Er worden geen klinisch relevante interacties tussen deze geneesmiddelen verwacht. Er is geen dosisaanpassing vereist. HIV NNRTI's NNRTI's (delavirdine, efavirenz, etravirine, nevirapine) Niet onderzocht. Het wordt niet aanbevolen om rilpivirine gelijktijdig toe te dienen met andere NNRTI's. HIV PI's – met gelijktijdige toediening van een lage dosis ritonavir Darunavir/ritonavir# 800/100 mg eenmaal daags darunavir AUC ↔ darunavir Cmin ↓ 11% darunavir Cmax ↔ rilpivirine AUC ↑ 130% rilpivirine Cmin ↑ 178% rilpivirine Cmax ↑ 79% (remming van CYP3A-enzymen) Gelijktijdig gebruik van rilpivirine met door ritonavir gebooste PI's veroorzaakt een verhoging van de plasmaconcentraties van rilpivirine, maar er is geen dosisaanpassing vereist. Lopinavir/ritonavir (zachte gelcapsule)# 400/100 mg tweemaal daags lopinavir AUC ↔ lopinavir Cmin ↓ 11% lopinavir Cmax ↔ rilpivirine AUC ↑ 52% rilpivirine Cmin ↑ 74% rilpivirine Cmax ↑ 29% (remming van CYP3A-enzymen) Andere gebooste PI's (atazanavir/ritonavir, fosamprenavir/ritonavir, saquinavir/ritonavir, tipranavir/ritonavir) Niet onderzocht. HIV PI's – zonder gelijktijdige toediening van een lage dosis ritonavir Ongebooste PI's (atazanavir, fosamprenavir, indinavir, nelfinavir) Niet onderzocht. Verhoogde blootstelling aan rilpivirine wordt verwacht. (remming van CYP3A-enzymen) Er is geen dosisaanpassing vereist. CCR5-antagonisten Maraviroc Niet onderzocht. Er worden geen klinisch relevante interacties tussen deze geneesmiddelen verwacht. Er is geen dosisaanpassing vereist. HIV Integrase Strand Transfer Inhibitors Raltegravir* raltegravir AUC ↑ 9% raltegravir Cmin ↑ 27% raltegravir Cmax ↑ 10% rilpivirine AUC ↔ rilpivirine Cmin ↔ rilpivirine Cmax ↔ Er is geen dosisaanpassing vereist. Andere antivirale middelen Ribavirine Niet onderzocht. Er worden geen klinisch relevante interacties tussen deze geneesmiddelen verwacht. Er is geen dosisaanpassing vereist. Simeprevir* simeprevir AUC ↔ simeprevir Cmin ↔ simeprevir Cmax ↑ 10% rilpivirine AUC ↔ rilpivirine Cmin ↑ 25% rilpivirine Cmax ↔ Er is geen dosisaanpassing vereist. ANDERE MIDDELEN ANTI-EPILEPTICA Carbamazepine Oxcarbazepine Fenobarbital Fenytoïne Niet onderzocht. Significante dalingen in de plasmaconcentraties van rilpivirine worden verwacht. (inductie van CYP3A-enzymen) Rilpivirine mag niet worden gebruikt in combinatie met deze anti-epileptica, aangezien gelijktijdige toediening kan leiden tot verlies van therapeutisch effect van rilpivirine (zie rubriek 4.3). AZOL-ANTIMYCOTICA Ketoconazol* # 400 mg eenmaal daags ketoconazol AUC ↓ 24% ketoconazol Cmin ↓ 66% ketoconazol Cmax ↔ (inductie van CYP3A-enzymen door hoge dosis rilpivirine in de studie) rilpivirine AUC ↑ 49% rilpivirine Cmin ↑ 76% rilpivirine Cmax ↑ 30% (remming van CYP3A-enzymen) Bij de aanbevolen dosering van 25 mg eenmaal daags is geen dosisaanpassing vereist als rilpivirine gelijktijdig wordt toegediend met ketoconazol. Fluconazol Itraconazol Posaconazol Voriconazol Niet onderzocht. Gelijktijdig gebruik van EDURANT met azol�antimycotica kan een verhoging van de plasmaconcentraties van rilpivirine veroorzaken. (remming van CYP3A-enzymen) Er is geen dosisaanpassing vereist. MIDDELEN TEGEN MYCOBACTERIËN Rifabutine* 300 mg eenmaal daags† rifabutine AUC ↔ rifabutine Cmin ↔ Tijdens gelijktijdige toediening van rilpivirine met rifabutine dient de dosis
300 mg eenmaal daags (+ 25 mg eenmaal daags rilpivirine) 300 mg eenmaal daags (+ 50 mg eenmaal daags rilpivirine) rifabutine Cmax ↔ 25-O-desacetyl-rifabutine AUC ↔ 25-O-desacetyl-rifabutine Cmin ↔ 25-O-desacetyl-rifabutine Cmax ↔ rilpivirine AUC ↓ 42% rilpivirine Cmin ↓ 48% rilpivirine Cmax ↓ 31% rilpivirine AUC ↑ 16%* rilpivirine Cmin ↔* rilpivirine Cmax ↑ 43%* * vergeleken met 25 mg eenmaal daags alleen rilpivirine (inductie van CYP3A-enzymen) van rilpivirine te worden verhoogd van 25 mg eenmaal daags naar 50 mg eenmaal daags. Wanneer de gelijktijdige toediening van rifabutine wordt gestopt, dient de dosis van rilpivirine te worden verlaagd naar 25 mg eenmaal daags. Rifampicine* # 600 mg eenmaal daags rifampicine AUC ↔ rifampicine Cmin n.v.t. rifampicine Cmax ↔ 25-desacetyl-rifampicine AUC ↓ 9% 25-desacetyl-rifampicine Cmin n.v.t. 25-desacetyl-rifampicine Cmax ↔ rilpivirine AUC ↓ 80% rilpivirine Cmin ↓ 89% rilpivirine Cmax ↓ 69% (inductie van CYP3A-enzymen) Rilpivirine mag niet worden gebruikt in combinatie met rifampicine aangezien gelijktijdige toediening waarschijnlijk leidt tot verlies van therapeutisch effect van rilpivirine (zie rubriek 4.3). Rifapentine Niet onderzocht. Significante dalingen in de plasmaconcentraties van rilpivirine worden verwacht. (inductie van CYP3A-enzymen) Rilpivirine mag niet worden gebruikt in combinatie met rifapentine aangezien gelijktijdige toediening waarschijnlijk leidt tot verlies van therapeutisch effect van rilpivirine (zie rubriek 4.3). MACROLIDE ANTIBIOTICA Claritromycine Erytromycine Niet onderzocht. Verhoogde blootstelling aan rilpivirine wordt verwacht. (remming van CYP3A-enzymen) Waar mogelijk dienen alternatieven zoals azitromycine te worden overwogen. GLUCOCORTICOÏDEN Dexamethason (systemisch, behalve als eenmalige dosis) Niet onderzocht. Dosisafhankelijke dalingen in de plasmaconcentraties van rilpivirine worden verwacht. (inductie van CYP3A-enzymen) Rilpivirine mag niet worden gebruikt in combinatie met systemisch dexamethason (behalve als eenmalige dosis), aangezien gelijktijdige toediening kan leiden tot verlies van therapeutisch effect van rilpivirine (zie rubriek 4.3). Alternatieven dienen te worden overwogen, in het bijzonder voor langdurig gebruik. PROTONPOMPREMMERS Omeprazol*# 20 mg eenmaal daags omeprazol AUC ↓ 14% omeprazol Cmin n.v.t. omeprazol Cmax ↓ 14% rilpivirine AUC ↓ 40% rilpivirine Cmin ↓ 33% rilpivirine Cmax ↓ 40% (verminderde absorptie als gevolg van een verhoging van de pH in de maag) Rilpivirine mag niet worden gebruikt in combinatie met protonpompremmers aangezien gelijktijdige toediening waarschijnlijk leidt tot verlies van therapeutisch effect van rilpivirine (zie rubriek 4.3).
Lansoprazol Rabeprazol Pantoprazol Esomeprazol Niet onderzocht. Significante dalingen in de plasmaconcentraties van rilpivirine worden verwacht. (verminderde absorptie als gevolg van een verhoging van de pH in de maag) H2-RECEPTORANTAGONISTEN Famotidine# 40 mg eenmalige dosis ingenomen 12 uur voor rilpivirine rilpivirine AUC ↓ 9% rilpivirine Cmin n.v.t. rilpivirine Cmax ↔ De combinatie van rilpivirine en H2-receptorantagonisten moet met bijzondere voorzichtigheid worden gebruikt. Alleen H2-receptorantagonisten die eenmaal daags kunnen worden gedoseerd, mogen gebruikt worden. Er moet een strikt doseringsschema worden gebruikt, waarin H2-receptorantagonisten minstens 12 uur voor of minstens 4 uur na rilpivirine worden ingenomen. Famotidine# 40 mg eenmalige dosis ingenomen 2 uur voor rilpivirine rilpivirine AUC ↓ 76% rilpivirine Cmin n.v.t. rilpivirine Cmax ↓ 85% (verminderde absorptie als gevolg van een verhoging van de pH in de maag) Famotidine# 40 mg eenmalige dosis ingenomen 4 uur na rilpivirine rilpivirine AUC ↑ 13% rilpivirine Cmin n.v.t. rilpivirine Cmax ↑ 21% Cimetidine Nizatidine Ranitidine Niet onderzocht. (verminderde absorptie als gevolg van een verhoging van de pH in de maag) ANTACIDA Antacida (bijv. aluminium- of magnesiumhydroxide, calciumcarbonaat) Niet onderzocht. Significante dalingen in de plasmaconcentraties van rilpivirine worden verwacht. (verminderde absorptie als gevolg van een verhoging van de pH in de maag) De combinatie van rilpivirine en antacida moet met bijzondere voorzichtigheid worden gebruikt. Antacida mogen alleen worden toegediend ofwel minstens 2 uur voor ofwel minstens 4 uur na rilpivirine. NARCOTISCHE ANALGETICA Methadon individuele dosis van 60 mg tot 100 mg eenmaal daags R(-) methadon AUC ↓ 16% R(-) methadon Cmin ↓ 22% R(-) methadon Cmax ↓ 14% rilpivirine AUC ↔* rilpivirine Cmin ↔* rilpivirine Cmax ↔* * op basis van historische controles Er zijn geen dosisaanpassingen vereist als methadon gelijktijdig wordt toegediend met rilpivirine. Klinische opvolging wordt echter aanbevolen, aangezien het nodig kan zijn onderhoudstherapie met methadon bij sommige patiënten aan te passen. ANTI-ARRHYTMICA Digoxine* digoxine AUC ↔ digoxine Cmin n.v.t. digoxine Cmax ↔ Er is geen dosisaanpassing vereist. ANTICOAGULANTIA Dabigatran etexilaat Niet onderzocht. Een risico op stijgingen in de plasmaconcentraties van dabigatran kan niet worden uitgesloten. (remming van intestinaal P-gp) De combinatie van rilpivirine en dabigatran etexilaat moet met voorzichtigheid worden gebruikt. ANTIDIABETICA Metformine* 850 mg eenmalige dosis metformine AUC ↔ metformine Cmin n.v.t. metformine Cmax ↔ Er is geen dosisaanpassing vereist. KRUIDENMIDDELEN Sint-janskruid (Hypericum perforatum) Niet onderzocht. Significante dalingen in de plasmaconcentraties van rilpivirine worden verwacht. (inductie van CYP3A-enzymen) Rilpivirine mag niet worden gebruikt in combinatie met middelen die sint-janskruid bevatten, aangezien gelijktijdige toediening kan leiden tot verlies van therapeutisch effect van rilpivirine (zie rubriek 4.3). ANALGETICA Paracetamol# 500 mg eenmalige dosis paracetamol AUC ↔ paracetamol Cmin n.v.t. paracetamol Cmax ↔ rilpivirine AUC ↔ rilpivirine Cmin ↑ 26% rilpivirine Cmax ↔ Er is geen dosisaanpassing vereist. ORALE ANTICONCEPTIVA Ethinylestradiol 0,035 mg eenmaal daags Norethindron* 1 mg eenmaal daags ethinylestradiol AUC ↔ ethinylestradiol Cmin ↔ ethinylestradiol Cmax ↑ 17% norethindron AUC ↔ norethindron Cmin ↔ norethindron Cmax ↔ rilpivirine AUC ↔* rilpivirine Cmin ↔* rilpivirine Cmax ↔* * op basis van historische controles Er is geen dosisaanpassing vereist. HMG-CO-A-REDUCTASEREMMERS Atorvastatine# 40 mg eenmaal daags atorvastatine AUC ↔ atorvastatine Cmin ↓ 15% atorvastatine Cmax ↑ 35% rilpivirine AUC ↔ rilpivirine Cmin ↔ rilpivirine Cmax ↓ 9% Er is geen dosisaanpassing vereist. FOSFODIËSTERASE, TYPE 5 (PDE-5) REMMERS Sildenafil# 50 mg eenmalige dosis sildenafil AUC ↔ sildenafil Cmin n.v.t. sildenafil Cmax ↔ rilpivirine AUC ↔ rilpivirine Cmin ↔ rilpivirine Cmax ↔ Er is geen dosisaanpassing vereist. Vardenafil Tadalafil Niet onderzocht. Er is geen dosisaanpassing vereist. * De interactie tussen rilpivirine en het geneesmiddel werd onderzocht in een klinische studie. Alle andere getoonde geneesmiddelinteracties zijn voorspellingen.
maximale effect op het gelijktijdig toegediende geneesmiddel werd gemeten. De dosisaanbeveling is van toepassing op de aanbevolen dosis van rilpivirine van 25 mg eenmaal daags. † Deze interactiestudie is uitgevoerd met een dosis hoger dan de voor rilpivirine aanbevolen dosis. QT-verlengende geneesmiddelen Er is beperkt informatie beschikbaar over de mogelijkheid van een farmacodynamische interactie tussen rilpivirine en geneesmiddelen die het QTc-interval van het ECG verlengen. In een studie met gezonde personen bleken supratherapeutische doses van rilpivirine (75 mg eenmaal daags en 300 mg eenmaal daags) het QTc-interval van het ECG te verlengen (zie rubriek 5.1). EDURANT dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij gelijktijdige toediening met een geneesmiddel met een bekend risico op torsade de pointes.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Tijdens het klinisch ontwikkelingsprogramma (1.368 patiënten in de gecontroleerde fase 3-studies TMC278-C209 (ECHO) en TMC278-C215 (THRIVE)) kreeg 55,7% van de patiënten te maken met ten minste één bijwerking (zie rubriek 5.1). De meest frequent gemelde bijwerkingen (≥ 2%) die ten minste van matige intensiteit waren, zijn depressie (4,1%), hoofdpijn (3,5%), insomnia (3,5%), rash (2,3%), en abdominale pijn (2,0%). De meest frequente ernstige behandelinggerelateerde bijwerkingen werden gemeld in 7 (1,0%) patiënten die rilpivirine ontvingen. De mediane blootstellingsduur voor patiënten in de arm met rilpivirine en in de arm met efavirenz was respectievelijk 104,3 en 104,1 weken. De meeste bijwerkingen traden op in de eerste 48 weken van de behandeling.
Bepaalde klinische laboratoriumafwijkingen (graad 3 of graad 4) die na het begin van de behandeling waren ontstaan, beschouwd worden als bijwerkingen en gemeld werden bij patiënten behandeld met EDURANT, waren pancreasamylase verhoogd (3,8%), verhoogde ASAT (2,3%), verhoogd ALAT (1,6%), LDL-cholesterol verhoogd (nuchter, 1,5%), witte bloedceltelling verlaagd (1,2%), lipase verhoogd (0,9%), bilirubine verhoogd (0,7%), triglyceriden verhoogd (nuchter, 0,6%), hemoglobine verlaagd (0,1%), plaatjestelling verlaagd (0,1%), en totaal cholesterol verhoogd (nuchter, 0,1%).
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in"Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
EDURANT mag niet tegelijk worden toegediend met de volgende geneesmiddelen, aangezien er significante daling kan optreden in de plasmaconcentraties van rilpivirine (als gevolg van inductie van het CYP3A-enzym of door verhoging van de pH in de maag). Dit kan leiden tot verlies van therapeutisch effect van EDURANT:
- de anti-epileptica carbamazepine, oxcarbazepine, fenobarbital, fenytoïne
- de antimycobacteriële middelen rifampicine, rifapentine
- protonpompremmers, zoals omeprazol, esomeprazol, lansoprazol, pantoprazol, rabeprazol
- het systemische glucocorticoïd dexamethason, behalve als een eenmalige dosis
- sint-janskruid (Hypericum perforatum).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Een matige hoeveelheid gegevens over zwangere vrouwen (tussen 300 tot 1.000 zwangerschapsuitkomsten) duidt erop dat rilpivirine niet misvormend of foetaal/neonataal toxisch is (zie rubriek 4.4, 5.1 en 5.2). Tijdens de zwangerschap zijn lagere blootstellingsniveaus aan rilpivirine waargenomen. Derhalve dient de viral load nauwlettend te worden gevolgd. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). Het gebruik van rilpivirine tijdens de zwangerschap kan zo nodig worden overwogen. Borstvoeding Het is niet bekend of rilpivirine in de moedermelk wordt uitgescheiden. Rilpivirine wordt bij ratten in de melk uitgescheiden. Vanwege de mogelijke bijwerkingen bij zuigelingen die borstvoeding krijgen, moeten moeders instructie krijgen geen borstvoeding te geven als zij behandeld worden met rilpivirine. Om overdracht van hiv naar de zuigeling te voorkomen wordt aanbevolen dat vrouwen met hiv geen borstvoeding geven. Vruchtbaarheid Er zijn geen gegevens beschikbaar over het effect van rilpivirine op de vruchtbaarheid bij de mens. In dieronderzoek zijn geen klinisch relevante effecten op de vruchtbaarheid waargenomen (zie rubriek 5.3).
Volwassenen
Toedieningswijze
| CNK | 2899383 |
|---|---|
| Organisaties | Johnson & Johnson |
| Merken | Johnson & Johnson |
| Breedte | 54 mm |
| Lengte | 54 mm |
| Diepte | 98 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 30 |
| Actieve ingrediënten | rilpivirine hydrochloride |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |