Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Voor actieve immunisatie van katten van ten minste acht weken tegen: feliene calicivirosis om klinische symptomen te verminderen, feliene virale rhinotracheïtis om klinische symptomen en uitscheiding van virussen te verminderen, feliene panleukopenie om leukopenie te voorkomen en klinische symptomen te verminderen, feliene leukemie om persistente viremie en klinische tekenen van de betreffende ziekte te voorkomen.
Aanvang van de immuniteit: 3 weken na de eerste vaccinatie voor de bestanddelen voor panleukopenie en leukemie en 4 weken na de eerste vaccinatie voor de bestanddelen voor het calicivirus en het rhinotracheïtis virus.
Duur van de immuniteit: één jaar na de eerste vaccinatie voor alle bestanddelen.
Voor actieve immunisatie van katten van ten minste acht weken leeftijd tegen: - feline calicivirose om klinische verschijnselen te verminderen. - feline virale rhinotracheïtis om klinische verschijnselen en uitscheiding van virussen te verminderen. - feline panleukopenie om leukopenie te voorkomen en klinische verschijnselen te verminderen. - feline leukemie om persisterende viremie en klinische verschijnselen van de betreffende ziekte te voorkomen. Aanvang van de immuniteit: - 3 weken na de eerste injectie van de vaccinatie voor het bestanddeel voor het calicivirus. - 3 weken na de eerste vaccinatie voor de bestanddelen voor panleukopenie en leukemie - 4 weken na de eerste vaccinatie voor het bestanddeel voor het rhinotracheïtis virus. Duur van immuniteit: Na de primaire vaccinatie, is de immuniteitsduur 1 jaar voor alle componenten. Na de eerste booster vaccinatie, 1 jaar na de primaire vaccinatie, is een immuniteitsduur van 3 jaar aangetoond voor de leukemie component.
Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik met andere diergeneesmiddelen. Een beslissing om dit vaccin voor of na een ander diergeneesmiddel te gebruiken moet daarom per geval worden genomen.
7. Bijwerkingen Katten: Vaak (1 tot 10 dieren/100 behandelde dieren): Reactie op de injectieplaats1, Zwelling op de injectieplaats1, Oedeem op de injectieplaats1, Knobbel op de injectieplaats1 Hyperthermie (verhoogde temperatuur)2,3, Apathie3 Aandoening aan het spijsverteringskanaal3 Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Pijn op de injectieplaats4, 5 Niezen5 Conjunctivitis5 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Anafylaxie (ernstige allergische reactie)6 Febrile limping syndrome reacties7 1 Een matige en voorbijgaande lokale reactie (<2 cm) wordt waargenomen na de eerste injectie en verdwijnt spontaan binnen maximaal 3 tot 4 weken. Na de tweede injectie en volgende toedieningen is deze reactie duidelijk verminderd. 2 Duurt 1 tot 4 dagen. 3 Transiënte tekenen. 4 Bij palpatie. 5 Dit verdwijnt zonder behandeling. 6 In geval van anafylactische shock moet een passende symptomatische behandeling worden toegediend. 7 Kan zeer zelden voorkomen bij kittens, zoals gemeld in de literatuur na het gebruik van een vaccin dat een felinecaliciviruscomponent bevat. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem:
Geen.
Dracht en lactatie: Niet gebruiken bij drachtige katten. Het gebruik tijdens lactatie wordt afgeraden.
Subcutaan gebruik. Reconstitueer het vaccin door één dosis lyofilisaat te mengen met één dosis suspensie, voorzichtig schudden en onmiddellijk toedienen. Dien één dosis van het diergeneesmiddel toe door subcutane injectie volgens het volgende vaccinatieschema.
Primaire vaccinatie:
Maternale antilichamen, vooral die tegen feline panleukopenie-virus, kunnen de immuunreactie tegen de vaccinatie negatief beïnvloeden. Indien de kans bestaat dat er maternale antilichamen aanwezig zijn, kan een derde injectie nodig zijn vanaf de leeftijd van 15 weken.
Hervaccinatie: Na de eerste boostervaccinatie, 1 jaar na de primaire vaccinatie, kunnen de volgende vaccinaties worden gegeven met een interval van 3 jaar voor de leukemie component. In dit geval is een jaarlijkse hervaccinatie voor calicivirus-, rhinotraceïtisvirus- en panleukopenieviruscomponenten nodig, 1 jaarlijkse dosis van FELIGEN CRP kan worden gebruikt.
Dit vaccin kan gebruikt worden als booster voor kittens of katten die eerder afzonderlijk met FELIGEN CRP en LEUCOGEN gevaccineerd zijn.
| CNK | 2709707 |
|---|---|
| Organisaties | Virbac |
| Merken | Virbac |
| Hoeveelheid verpakking | 1 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |