Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 12,80 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 8,50 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker. Dit kan even duren.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Traceerbaarheid Om de traceerbaarheid van biologicals te verbeteren moeten de naam en het lotnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Kinderen die met somatropine worden behandeld, dienen regelmatig onderzocht te worden door een arts die gespecialiseerd is in de groei bij kinderen. De behandeling met somatropine moet altijd worden ingesteld door een arts gespecialiseerd in de diagnostiek en de behandeling van groeihormoondeficiëntie. Dat geldt ook voor de behandeling van het Turner-syndroom, van
chronische nierinsufficiëntie, van de groeiachterstand bij kinderen die klein geboren zijn in functie van de duur van de zwangerschap en van het Noonan-syndroom. De gegevens over de volwassenen eindlengte na gebruik van Norditropin zijn beperkt bij kinderen met het Noonan-syndroom en zijn niet beschikbaar bij kinderen met chronische nierinsufficiëntie. De maximaal aanbevolen dagelijkse dosis mag niet worden overschreden (zie rubriek 4.2). Stimulatie van de longitudinale groei bij kinderen kan enkel verwacht worden zolang de epifysairschijven niet gesloten zijn. Kinderen Behandeling van groeihormoondeficiëntie bij patiënten met het Prader-Willi-syndroom Er zijn gevallen gemeld van plotselinge dood na het opstarten van somatropinetherapie bij patiënten met het Prader-Willi-syndroom, die één of meer van de volgende risicofactoren hadden: ernstige obesitas, voorgeschiedenis van obstructie van de bovenste luchtwegen of slaapapneu of een niet�gediagnosticeerde respiratoire infectie. Klein geboren voor de duur van de zwangerschap Bij kinderen die klein geboren zijn voor de duur van de zwangerschap, moeten andere medische oorzaken of behandelingen die de groeistoornis zouden kunnen verklaren, uitgesloten worden vóór aanvang van de behandeling. Ervaring met het opstarten van groeihormoonbehandeling bij patiënten die klein geboren zijn in functie van de duur van de zwangerschap rond de start van de puberteit is beperkt. Bijgevolg is het niet aanbevolen de behandeling in te stellen rond de start van de puberteit. Ervaring bij patiënten met het Silver-Russell syndroom is beperkt. Turner-syndroom De opvolging van de groei van handen en voeten bij patiënten met Turner-syndroom behandeld met somatropine is aanbevolen en een dosisreductie naar de lagere waarden van het dosisinterval moet overwogen worden indien een toegenomen groei wordt waargenomen. Meisjes met het Turner-syndroom hebben in het algemeen een verhoogd risico op otitis media, daarom is een otologische evaluatie tenminste jaarlijks aanbevolen. Chronische nierinsufficiëntie De dosering bij kinderen met chronische nierinsufficiëntie is individueel verschillend en moet worden aangepast in functie van de individuele respons op de behandeling (zie rubriek 4.2). De groeistoornis dient duidelijk te zijn vastgesteld vóór de behandeling met somatropine door het volgen van de groei onder een optimale behandeling van de nierinsufficiëntie gedurende een jaar. Conservatieve medicamenteuze behandeling van de uremie en zo nodig dialyse dienen te worden gehandhaafd tijdens de behandeling met somatropine. Patiënten met chronische nierinsufficiëntie vertonen gewoonlijk een afname in nierfunctie als natuurlijk beloop van hun ziekte. Uit voorzorg dient men echter, tijdens de behandeling met somatropine, de nierfunctie te controleren op een excessieve afname of een toename van de glomerulaire filtratiesnelheid (wat zou kunnen wijzen op hyperfiltratie). Scoliose Het is bekend dat scoliose vaker voorkomt bij sommige patiëntengroepen behandeld met somatropine, bijvoorbeeld voor het Turner-syndroom en het Noonan-syndroom. Bovendien kan een snelle groei bij alle kinderen progressie van scoliose veroorzaken. Er is niet aangetoond dat somatropine de incidentie of ernst van scoliose doet toenemen. Tekenen van scoliose moeten opgevolgd worden tijdens de behandeling. Bloedglucose en insuline
Bij kinderen met het Turner-syndroom en bij kinderen die klein geboren zijn in functie van de duur van de zwangerschap, wordt aanbevolen het nuchter insuline- en bloedglucosegehalte te meten voor aanvang van de behandeling en daarna jaarlijks. Bij patiënten met een verhoogd risico op diabetes mellitus (bv. familiale voorgeschiedenis van diabetes, obesitas, ernstige insulineresistentie, acanthosis nigricans) moet een orale glucosetolerantietest (OGTT) uitgevoerd worden. Indien diabetes wordt vastgesteld, mag somatropine niet toegediend worden. Gezien het effect van somatropine op het koolhydraatmetabolisme, dienen patiënten gecontroleerd te worden op symptomen van glucose-intolerantie. IGF-1 Bij kinderen met het Turner-syndroom en bij kinderen die klein geboren zijn in functie van de duur van de zwangerschap, wordt aanbevolen de IGF-1 spiegel te meten voor aanvang van de behandeling en nadien 2 maal per jaar. Als bij herhaalde meting de IGF-1 spiegels +2 Standaard Deviaties (SD) overschrijden in vergelijking met de referentiewaarden voor leeftijd en puberteitsstadium, dient de dosis verminderd te worden om IGF-1 spiegels binnen de normale waarden te bereiken. Een gedeelte van de lengtewinst die is behaald bij somatropinebehandeling van kinderen die klein geboren zijn in functie van de duur van de zwangerschap kan verloren gaan, als de behandeling wordt gestopt voor het bereiken van de eindlengte. Volwassenen Groeihormoondeficiëntie bij volwassenen Groeihormoondeficiëntie bij volwassenen is een levenslange aandoening en dient dan ook dienovereenkomstig te worden behandeld. De ervaring bij patiënten ouder dan 60 jaar en bij patiënten die meer dan vijf jaar behandeld worden voor groeihormoondeficiëntie is echter nog beperkt. Volwassenen en kinderen Pancreatitis Hoewel zeldzaam, moet pancreatitis worden overwogen bij patiënten die met somatropine behandeld worden en die buikpijn ontwikkelen, vooral bij kinderen. Algemeen Neoplasmata Er is geen bewijs voor een verhoogd risico op nieuwe primaire neoplasma bij kinderen of volwassenen die behandeld werden met somatropine. Bij patiënten bij wie de tumor of de maligne aandoening in volledige remissie was, ging de behandeling met somatropine niet gepaard met een hoger percentage herval. Een algemeen licht verhoogd risico op een tweede neoplasma werd geobserveerd bij patiënten die tijdens hun jeugd kanker hebben overleefd en die behandeld werden met groeihormoon, met als meest voorkomende intracraniële tumoren. De dominante risicofactor voor het tweede neoplasma lijkt een voorafgaande blootstelling aan straling te zijn. Patiënten bij wie de maligne aandoening volledig in remissie is, dienen nauwgezet te worden gecontroleerd op een eventueel recidief na het opstarten van de behandeling met somatropine. Leukemie Er werden gevallen van leukemie gerapporteerd bij een klein aantal patiënten met groeihormoondeficiëntie, van wie er enkele werden behandeld met somatropine. Er is echter geen bewijs dat de incidentie van leukemie is verhoogd bij patiënten zonder predisponerende factoren die met somatropine worden behandeld. Benigne intracraniale hypertensie Bij ernstige of recidiverende hoofdpijn, visusstoornissen, misselijkheid en/of braken wordt aanbevolen een fundoscopie uit te voeren om papiloedeem op te sporen. Indien het papiloedeem wordt bevestigd,
moet de diagnose van benigne intracraniale hypertensie in overweging worden genomen en moet de behandeling met somatropine zo nodig worden gestaakt. Er zijn momenteel nog onvoldoende gegevens om de klinische besluitvorming te leiden bij patiënten bij wie de intracraniale hypertensie verdwenen is. Als de behandeling met somatropine wordt hervat, moet de patiënt nauwlettend worden gevolgd op symptomen van intracraniale hypertensie. Patiënten met groeihormoondeficiëntie ten gevolge van een intracraniaal letsel moeten frequent worden onderzocht teneinde een eventuele progressie of een recidief van het onderliggende maligne proces te detecteren. Schildklierwerking Somatropine bevordert de extrathyroïdale omzetting van T4 naar T3 en kan zodoende beginnende hypothyroïdie aan het licht brengen. Het opvolgen van de schildklierwerking dient daarom bij elke patiënt te gebeuren. Bij patiënten met hypopituïtarisme moet de standaardsubstitutiebehandeling van dichtbij opgevolgd worden wanneer somatropine wordt toegediend. Bij patiënten met een progressieve aandoening van de hypofyse kan hypothyroïdie ontstaan. Patiëntes met het Turner-syndroom hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van primaire hypothyroïdie, dat met anti-thyroid antilichamen in verband wordt gebracht. Omdat hypothyroïdie de werking van somatropine beïnvloedt, dient de schildklierfunctie van de patiënten regelmatig gecontroleerd te worden en dienen patiënten indien aangewezen een substitutiebehandeling met schildklierhormoon te krijgen. Insulinegevoeligheid Omdat somatropine de insulinegevoeligheid kan verminderen, dienen patiënten gecontroleerd te worden voor tekenen van glucose-intolerantie (zie rubriek 4.5). Bij patiënten met diabetes mellitus, kan het nodig zijn de insulinedosis aan te passen na het instellen van de behandeling met een product dat somatropine bevat. Patiënten met diabetes- of glucose-intolerantie dienen nauwgezet opgevolgd te worden gedurende de behandeling met somatropine. Antilichamen Zoals bij alle producten die somatropine bevatten, kan een klein percentage van de patiënten antilichamen aanmaken tegen somatropine. De bindingscapaciteit van deze antilichamen is laag en er is geen effect op de groeisnelheid. Onderzoek naar de aanwezigheid van antilichamen tegen somatropine dient bij elke patiënt die niet reageert op de therapie uitgevoerd te worden. Acute bijnierinsufficiëntie Introductie van de behandeling met somatropine kan leiden tot remming van 11βHSD-1 en verlaagde serumcortisolconcentraties. Bij patiënten die met somatropine worden behandeld, kan eerder niet�gediagnosticeerd centraal (secundair) hypoadrenalisme worden vastgesteld, en glucocorticoïd substitutietherapie kan nodig zijn. Bovendien kan het voor patiënten die worden behandeld met glucocorticoïd substitutietherapie voor eerder gediagnosticeerd hypoadrenalisme nodig zijn een verhoging van hun onderhouds- of stressdoses door te voeren na de start van de behandeling met somatropine (zie rubriek 4.5). Gebruik met orale oestrogenenbehandeling Als een vrouw die somatropine gebruikt, start met orale oestrogenenbehandeling, kan het nodig zijn de somatropine-dosis te verhogen om de serum-IGF-1-waarden binnen de normale waarden, geschikt voor de leeftijd, te kunnen behouden. Omgekeerd, wanneer een vrouw die somatropine gebruikt, stopt met orale oestrogenenbehandeling, kan het nodig zijn de somatropine-dosis te verlagen om een overmaat aan groeihormoon en/of bijwerkingen te vermijden (zie rubriek 4.5). Epifysiolyse van de femurkop Bij patiënten met endocriene aandoeningen, waaronder groeihormoondeficiëntie, kan een epifysiolyse van de femurkop vaker voorkomen dan bij de algemene bevolking. Een patiënt die wordt behandeld
met somatropine en die mank begint te lopen of klaagt over heup- of kniepijn, moet door een arts geëvalueerd worden. Ervaring met klinische studies Twee placebo-gecontroleerde klinische studies bij patiënten opgenomen op intensieve zorgen hebben een hogere mortaliteit aangetoond bij patiënten met een acute kritische aandoening door complicaties na een openhartoperatie of abdominale chirurgie, meervoudig trauma ten gevolge van een ongeval of acute ademhalingsinsufficiëntie en die behandeld werden met hoge doses somatropine (5,3-8 mg/dag). De veiligheid van het voortzetten van de behandeling met somatropine bij patiënten die behandeld worden met een substitutiedosis voor de goedgekeurde indicaties en deze ziektes ontwikkelen, is niet vastgesteld. Derhalve dient het mogelijke voordeel van voortzetting van de behandeling met somatropine bij patiënten met een acute kritische aandoening te worden afgewogen tegen de mogelijke risico's. Een open, gerandomiseerde klinische studie (dosisinterval 0,045-0,090 mg/kg/dag) bij patiëntes met Turner-syndroom heeft een tendens aangetoond tot een dosisafhankelijk risico op otitis externa en otitis media. De toename aan oorinfecties gaf geen aanleiding tot meer ooroperaties/trommelvliesbuisjes vergeleken met de lager gedoseerde groep in de studie. Hulpstoffen Norditropin bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per 1,5 ml, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Norditropin FlexPro wordt gebruikt voor de behandeling van groeiachterstand bij kinderen:
• als ze geen of een zeer lage productie van groeihormoon hebben (groeihormoontekort)
• als ze het Turner-syndroom hebben (genetisch probleem dat de groei kan beïnvloeden)
• als ze een verminderde nierfunctie hebben
• als ze klein zijn en klein waren bij de geboorte in functie van de duur van de zwangerschap
• als ze het Noonan-syndroom hebben (genetisch probleem dat de groei kan beïnvloeden).
Norditropin FlexPro wordt bij volwassenen gebruikt om groeihormoon te vervangen:
Bij volwassenen wordt Norditropin FlexPro gebruikt om groeihormoon te vervangen wanneer de
productie afgenomen is sinds de kinderjaren of wanneer de productie gestopt is bij volwassenen ten
gevolge van een tumor, door de behandeling van een tumor of door een aandoening die de klier aantast
die groeihormoon produceert.
• De werkzame stof in dit middel is somatropine.
• De andere stoffen in dit middel zijn mannitol, histidine, poloxameer 188, fenol, water voor injectie, zoutzuur en natriumhydroxide.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Norditropin FlexPro nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Vertel het uw arts, in het bijzonder als u de volgende geneesmiddelen gebruikt of kort geleden heeft gebruikt. Het is mogelijk dat uw arts de dosering van Norditropin FlexPro of van de andere geneesmiddelen moet aanpassen:
• Glucocorticoïden – gelijktijdig gebruik van Norditropin FlexPro met glucocorticoïden kan uw lengte op volwassen leeftijd beïnvloeden • Ciclosporine (immunosuppressivum) – een aanpassing van uw dosis kan noodzakelijk zijn • Insuline – een aanpassing van uw dosis kan noodzakelijk zijn • Schildklierhormoon – een aanpassing van uw dosis kan noodzakelijk zijn • Gonadotropine (geslachtsklierstimulerend hormoon) – een aanpassing van uw dosis kan noodzakelijk zijn • Anticonvulsiva – een aanpassing van uw dosis kan noodzakelijk zijn • Oraal in te nemen oestrogenen of andere geslachtshormonen.
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
Bijwerkingen bij kinderen en volwassenen (frequentie niet bekend):
• huiduitslag; piepende ademhaling; gezwollen oogleden, gezicht of lippen; volledig bewustzijnsverlies. Elk van deze tekenen kan wijzen op een allergische reactie • hoofdpijn, gezichtsproblemen, braakneigingen (misselijkheid) en braken. Deze tekenen kunnen wijzen op een verhoogde druk in de hersenen • thyroxinegehalte in het bloedserum kan dalen • hyperglykemie (verhoogde bloedglucosespiegel).
Indien u één van deze bijwerkingen ondervindt, raadpleeg zo snel mogelijk een arts. Stop de behandeling met Norditropin FlexPro tot uw arts zegt dat u de behandeling verder mag zetten.
Vorming van antilichamen tegen somatropine gedurende de behandeling met Norditropin werd zelden vastgesteld.
Een verhoogd gehalte aan leverenzymen werd waargenomen.
Gevallen van leukemie en heroptreden van hersentumoren werden eveneens vastgesteld bij patiënten behandeld met somatropine (het actieve bestanddeel in Norditropin FlexPro), hoewel er geen bewijs is dat somatropine hiervoor verantwoordelijk is.
Wanneer u denkt te lijden aan één van deze aandoeningen, contacteer uw arts.
Extra bijwerkingen die bij kinderen kunnen voorkomen: Soms (kunnen tot 1 op 100 kinderen treffen): • hoofdpijn • roodheid, jeuk en pijn op de injectieplaats • borstgroei (gynaecomastie).
Zelden (kunnen tot 1 op 1.000 kinderen treffen): • huiduitslag • spier- en gewrichtspijn • gezwollen handen en voeten door vocht op te houden.
In zeldzame gevallen hebben kinderen, die Norditropin FlexPro gebruikten, heup- en kniepijn ervaren of zijn begonnen met hinken. Deze symptomen kunnen veroorzaakt worden door een ziekte die inwerkt op de bovenzijde van het dijbeen (ziekte van Legg-Calvé) of doordat het uiteinde van het been losgekomen is van het kraakbeen (epifysiolyse van de femurkop) en zijn mogelijk niet het gevolg van het gebruik van Norditropin FlexPro.
Wanneer mag u Norditropin FlexPro niet gebruiken?
• Als u allergisch bent voor somatropine, voor fenol of voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 • als u een niertransplantatie heeft ondergaan • als u een actieve tumor (kanker) heeft. Tumoren moeten inactief zijn en u moet uw kankerbehandeling beëindigd hebben alvorens u uw behandeling met Norditropin FlexPro start • als u aan een acute kritische aandoening lijdt bv. een openhartoperatie, een buikoperatie, een meervoudig trauma ten gevolge van een ongeval of na acuut ademhalingsfalen • als u bent gestopt met groeien (gesloten epifysaire schijven) en u heeft geen groeihormoontekort.
Dieronderzoek heeft onvoldoende gegevens opgeleverd wat betreft de effecten op zwangerschap, embryofoetale ontwikkeling, geboorte of postnatale ontwikkeling. Er zijn geen klinische gegevens omtrent blootstelling tijdens de zwangerschap. Hierdoor wordt het gebruik van producten die somatropine bevatten niet aanbevolen gedurende de zwangerschap en bij vrouwen die zwanger kunnen worden en geen anticonceptie aanwenden.
Borstvoeding Er werden geen klinische studies uitgevoerd met producten die somatropine bevatten bij vrouwen die borstvoeding gaven. Het is niet bekend of somatropine in de moedermelk wordt uitgescheiden. Daarom is voorzichtigheid geboden wanneer producten die somatropine bevatten, worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid Er is met Norditropin geen vruchtbaarheidsonderzoek uitgevoerd.
Wanneer Norditropin FlexPro gebruiken
Injecteer uw dagelijkse dosis onder de huid elke avond juist voor het slapengaan.
Hoe gebruikt u Norditropin FlexPro
Norditropin FlexPro groeihormoonoplossing wordt geleverd als een voorgevulde wegwerppen van 1,5 ml voor meervoudig gebruik.
Volledige instructies voor het gebruik van Norditropin FlexPro worden op de keerzijde gegeven. De belangrijkste instructies zijn de volgende:
• Controleer de oplossing vóór gebruik door de pen één of twee keer ondersteboven te draaien. Gebruik de pen niet indien de oplossing troebel of verkleurd is (zie bladzijde 8, stap A) • Norditropin FlexPro is ontworpen voor gebruik met NovoFine of NovoTwist naalden voor eenmalig gebruik met een maximale lengte van 8 mm • Gebruik altijd een nieuwe naald voor elke injectie • Wissel de injectieplaatsen af om beschadiging van de huid te voorkomen • Om een correcte dosis te garanderen en om injectie van luchtbelletjes te vermijden, controleer het doorstromen van groeihormoon vóór de eerste injectie met een nieuwe Norditropin FlexPro pen. Gebruik de pen niet als er aan de naaldpunt geen druppel groeihormoonoplossing verschijnt (zie bladzijde 9, stappen E tot G)
| CNK | 4726477 |
|---|---|
| Organisaties | Novo Nordisk Pharma |
| Breedte | 170 mm |
| Lengte | 50 mm |
| Diepte | 160 mm |
| Actieve ingrediënten | somatropine |
| Behoud | Koelkast (2°C - 8°C) |